Geschiedenis

De geschiedenis van de Traditionele Chinese Geneeskunde gaat ongeveer 5.000 jaar terug. In de prehistorie werden eenvoudige stenen naalden gebruikt voor acupunctuur. Daarmee deed met aderlatingen en er werden kleine operaties mee verricht. In het bronzen tijdperk werden de stenen naalden vervangen door metalen naalden. De oorspronkelijke naam van acupunctuur was 'Zhenjiu' wat 'acupunctuur en moxa' betekent. De term acupunctuur is afgeleid van de Latijnse woorden ‘acus’ (naald) en ‘punctura’ (steek).

De oude Chinezen hadden een opzienbarende geneesmethode uitgedokterd. Ze merkten dat pijnlijke plekken op het lichaam altijd een verband hadden met een orgaan wat in dat gebied gelegen is. Als deze pijnlijke plekken behandeld werden door er een naald in te prikken, verdween de aandoening.
 
De mens leefde toen nog in nauw contact met de natuur. Mensen waren zich sterker dan nu bewust van wat er boven ons hoofd gebeurt. De invloed van de zon, maan en sterren, de vier jaargetijden, wind en water, warmte en koude, dag en nacht. Deze invloeden werken volgens de Oosterse filosofie ook door op het lichaam van de mens. De manier waarop weersomstandigheden zoals wind, regen en koude op het lichaam van de mens inwerken en het evenwicht verstoren. Het gevolg is een onbalans, waardoor ziekten kunnen ontstaan. Dit besef vormt de basis van de Traditionele Chinese Geneeswijze.